vivianvanriet.reismee.nl

Dag 1 Kaapstad

Na een goede vlucht zijn we rond 1 uur gaan slapen, een kort nachtje want we zouden al om kwart voor 8 vertrekken. Lekker ontbeten, weliswaar nog duf van lange dag van gisteren. Om 8 uur zijn we vertrokken richting Tafelberg, helaas... De tafel was gedekt met een wolk, dus de kabelbaan was gesloten. Nieuwe herkansingen morgen of aan het eind van de reis. Als alternatief zijn we naar Signal Hill gereden en vanaf daar heb je een fantastisch uitzicht op Kaapstad: Greenpoint stadium, Robbeneiland, Tafelberg, Lion's Head en de prachtige baaien en stranden die Kaapstad rijk is.Vanaf Signal Hill zijn we naar het centrum gereden van Kaapstad, naar Green Market Square. Een leuke lokale markt met prachtige Zuid Afrikaanse souvenirs. Afdingen is hier een must! Daarna hebben we de wijk Bo Kaap bekeken, erg kleurrijk en een bezoekje mag niet ontbreken. Ook wel bekend als de Maleisische islamitische buurt, huisjes in felle kleuren en klinkerstraatjes. We hebben hier de Bo Kaap Cooking Tour gedaan. Eerst een rondleiding gehad en toen hebben een cookworkshop gehad met als afsluiter een heerlijke lunch: chicken masala. Na de lunch hebben we 2 hotels bezocht, guesthouse Antrim Villa en Romney park all suite hotel. De dag hebben we afgesloten in sjieke The Twelve Apostles hotel onder het genot van heerlijke hapjes en lekkere bubbels. Het hotel kijkt uit op het Twaalf apostelen gebergte fantastische ligging aan de oceaan en de zonsondergang was waanzinnig. De dag hebben we afgesloten met een bezoek aan de V&A Waterfront met z'n vele winkels, restaurants en gezellige terrasjes.

Dag 20 naar N/a'an ku sê Lodge & Wildlife Sanctuary

We hadden veel vreemde en voor ons onbekende geluiden gehoord in de nacht. Normaal gaan apen altijd met de kippen op stok, maar in de avond en nacht bleven zij hier maar tekeer gaan. Men had ons verteld dat er een bewaker rond zou lopen, als je echter de eerste keer de houten boardwalk hoort kraken midden in de nacht, dan is dat toch wel een verontrustend geluid. Er stond ook veel wind, waardoor het tentzeil aanhoudend flapperde.

Maar in de morgen was het windstil, de zon scheen en alles leek weer vredig op het vreselijke en aanhoudende geblaf van de Amerikaanse gast in de tent onder ons na. Het was allemaal erg gehorig tussen de rotsen en de tenten stonden sowieso niet ver van elkaar verwijderd. In dat opzicht was er weinig privacy.

Klipdassies zaten in het zonnetje op te warmen en volgden nieuwsgierig ons ochtendritueel. En tijdens het ontbijt zagen we tientallen groene papegaaitjes en mooie kleine rode waxbills.

Rond half negen namen we het rotspad terug naar de ingang, twee schattige Dikdiks wuifden ons uit.

Rond de middag reden we Windhoek binnen. We stopten even bij de mall, de inhoud van de toilettas was na bijna 8 weken wel aan wat aanvullingen toe. We namen een klein hapje bij Ocean Basket en reden daarna verder richting luchthaven op weg naar N/a'an ku sê Lodge and Wildlife Sanctuary, gelegen in een 3200ha groot wildreservaat, dat onderdak biedt aan gewonde en wees geworden wilde dieren. Ze werken op een non profit basis en alle winst gaat naar de opvang van de dieren.

Het was zonnig met een strakblauwe lucht en ondanks het feit dat we ons op een hoogte van bijna 2000 meter bevonden, was toch nog ongeveer 24 graden.

We werden ondergebracht in chalets, die op loopafstand van het hoofdgebouw lagen. Alles was in een modern, heel apart design en met veel natuurlijke materialen gebouwd. We hadden echter niet veel tijd om rond te kijken want klokslag 15.00 uur vertrok de carnivore feeding tour, die we hadden bij geboekt.

We gingen eerst naar de baboons, niet dat dit ons erg interesseerde. Toen wij aan kwamen rijden, schoot een wilde baboon de struiken in. Volgens Petrus, onze ranger, ziet hij af en toe kans om de geëlektrificeerde afscheiding over te komen, als de solar installatie op een bewolkte dag niet genoeg energie oplevert. Zo had hij ook een van de dames baboon zwanger gemaakt. De mannelijke apen binnen de omheining waren allemaal gecastreerd, dit volgens de wens van de Namibische regering.

Daarna was de caracal (lynx) aan de beurt. De zon stond jammer genoeg pal in de lens en de dieren liepen zenuwachtig langs de draad heen en weer. Geen ideale situatie om foto's te kunnen maken.

Vervolgens gingen we naar de cheetah's. We konden op ons gemak de dieren van nabij bekijken en zij kregen stukken vlees toegeworpen.

Toen was de beurt aan de wilde honden, een roedel van 13 stuks. Het was heel interessant om te zien hoe zij reageerden toen ze slechts één stuk vlees kregen. Eerst stonden ze, strak in een rij tegen de afscheiding aan, in afwachting van wat ging komen. Toen werd er gevochten om dat ene stuk, tot er tenslotte nog maar drie honden aan het trekken waren. Het doel van deze actie is blijkbaar om hun kaken niet te laten verslappen.

Daarna gingen we naar de leeuwen, we zagen ze al toen we aan kwamen rijden. Een enorm groot mannetje, gek genoeg Clarence genaamd, zoals de leeuw in Zimbabwe die door een Amerikaanse tandarts werd gedood, en twee grote vrouwtjes.

Clarence kwam naar de afscheiding en zodra een van ons te dicht met de camera naderde, gromde hij en sprong tegen de elektriciteitsdraad aan. Je zou hem toch echt niet in het wild te voet tegen willen komen, alleen die klauwen al waren enorm.

Tot slot gingen we naar de luipaarden. Die hadden enigszins uitgezakte buiken vanwege het feit dat ze gecastreerd waren. Ze waren ook al veel ouder dan hun soortgenoten die in het wild leven, ooit worden. Het leken zulke lieve poezen maar luipaarden zijn erg gevaarlijk,

Na afloop namen we in ons huisje een G&T alvorens we gingen dineren. Het voor- en hoofdgerecht vielen wat tegen, het toetje daarentegen was wel lekker.

Het koelde snel af op deze grote hoogte, we zochten daarom snel ons bedje op.

Dag 19 naar Erongo Wilderness Lodge

Na het ontbijt vertrokken we over de gravelweg richting zuidwesten, naar Kalkfeld. We moesten de droge bedding van de Ugab rivier door en lieten het prachtige terrassenlandschap achter ons. Steenbokjes, gealarmeerd door het geluid van onze auto, vluchtten uit de berm, warthogs en baboons stoorden zich niet aan ons. We passeerden verschillende farms met cheetah's, althans dat gaf hun bord aan. We hoopten nog een glimp van tenminste een van hen op te kunnen vangen, maar ze lieten zich niet zien. Bij het naderen van Omaruru verschenen de eerste granieten heuvels, en rond 11 uur zaten we aan de cappuccino bij het Main Café. Omaruru was een vriendelijk plaatsje, met enkele mooie gebouwen en een schattig klein kerkje. We moesten drie winkels in voordat we coke zero hadden gevonden voor Vivian en bezochten de Tikoloshe Woodcarving shop, waar echter niets ons kon bekoren.

Ca. drie kilometer buiten Omaruru sloegen we af naar Erongo Wilderness Lodge. Deze lodge maakt deel uit van het Erongo Mountain Conservancy en ligt in een gebied waar de ecosystemen van woestijn, savanne en gebergte samenkomen, omgeven door de Erongo Mountains.

We werden onder aan de steile rots ontvangen door een jonge man, die ons voorging op het pad over de granieten rotsen. Het eerste stuk was steil, daarna ging het pad over in zand. Na de safety briefing werden we naar onze Meru tenten gebracht, gelegen in een setting van granieten rotsheuvels en prachtige uitzichten. Iedere ruime tent had een grote, met riempie hout overdekte veranda met zonnebed, een tafeltje met twee stoeltjes. Op het kleinere deck aan de voorkant van de tent stonden nog twee luie stoelen. De badkamer was deels in de granieten rotsen gebouwd en half open!

We hadden besloten niet mee te gaan op een drie uur durende nature drive naar Bushmen rotstekeningen. En om nu in kudde verband naar een hoog uitzichtpunt te klimmen voor een sundowner trok ons ook niet erg aan. Het uitzicht was overal even mooi!

We aten de in Omaruru gekochte broodjes op het veranda en genoten van de uitzichten. In de verte stond een klipspringertje en er vlogen groene papegaaitjes rond. De dieren die hier voorkomen zijn voornamelijk klipspringers, kudu's en dikdiks. De kans dat we hier een luipaard zouden zien, was bijna nihil. Het was weer lekker warm, ongeveer 28 graden maar de receptioniste had ons verteld dat het die morgen slechts 3 graden was geweest. Ze liep dan ook nog rond in gevoerde Ugg laarzen en een dik fleece vest!!

We relaxten tot het ongeveer tijd was voor koffie en cake. Vanuit het half open restaurant had je zicht op een drinkplaatsje voor de vogels in de rotsen. Ook hier zagen we het groene papegaaitje.

Zonsondergang was spectaculair, daarna liepen we naar het restaurant waar de tafeltjes buiten gedekt waren, met solarlampjes verlicht, een brandend vuur en een aangelicht waterhole. Daar stond een kudu te drinken.

Het eten was heerlijk, lekkere soep, verse sla, oryx fillet en groentjes erbij. Als toetje een grenadille cheesecake. We zaten bommetje vol.

Terug bij de tent weer een douche genomen om de rook van ons af te spoelen. Men had blijkbaar rekening gehouden met een koude nacht want er lag een warme kruik onder het kussen...

Vanuit het bed konden we de aangelichte rotsen zien, maar niet lang want de ogen vielen vanzelf dicht.

Dag 18 Vingerklip Lodge

Een heerlijk rustdagje om te genieten van de mooie omgeving en het heerlijke weer, niet te heet en weinig wind. Vanaf ons eigen terrasje keken we uit op een van de hoge terrassen en we zagen vanuit het bed de zon opkomen. In de tuinen lagen twee zwembaden, waarvan het water redelijk op temperatuur was. Er was ook een ruimte met fitnesstoestellen met uitzicht over het mooie landschap. Er waren verschillende wandelroutes uitgezet, onder andere naar de Rock Finger.

We ontbeten op ons gemak en ieder deed daarna waar hij/zij zin in had.

Het werd omstreeks 29 graden, al duurde het even voordat de lucht was opgewarmd. We namen op ons terrasje als lunch een Lu cracker met kaas uit eigen voorraad. Vivian ging haar kleurtje bijwerken aan het zwembad, ik werkte en Ad keek naar een filmpje op de laptop.

Het was erg rustig in het restaurant die avond, de meeste gasten aten boven in Eagle's Nest. Maar Zakkie de kok had weer zijn uiterste best gedaan. Dit keer stonden er kudu sirloin en kip op het menu, allebei overheerlijk en erg mals.

Dag 17 Naar Vingerklip Lodge

In de nacht hoorden we een leeuw, even van heel dichtbij, later verwijderde zich het geluid. Dit hield zowat de hele verder nacht aan.

In de vroege morgen gingen we nog eens kijken in de hide maar ook nu was er niets te zien. Het was behoorlijk fris. We maakten ontbijt met vers sinaasappelsap en echte koffie. Intussen zagen we de eerste zebra's naar het waterhole lopen. Tegen acht uur reden we weg van Olifantsrus, verder in westelijke richting. Het pad was slecht en voerde door een prachtige savanne. Hoog geel gras, hier en daar een groepje zebra's, struisvogels, gemsbokken, gnoes en springbokken, het echte Afrika plaatje. Plotseling stootten we op een grote groep gieren. Die zaten bovenop een dode gnoe, vlak langs het pad. Er liepen minstens 10 jakhalzen in de buurt. Die hadden blijkbaar hun portie al gehad, twee van hen waren in het gras aan het stoeien.

Weer wat verder stonden een paar giraffen met kleintjes in het gras. We stopten om dit moment vast te leggen en rondkijkende zagen we plotseling aan de andere kant van het pad twee oortjes boven het hoge gele gras uitsteken, oortjes van een leeuwin! Na een poosje kwam ze overeind, zij hield de giraffen nauwlettend in de gaten. Het leek alsof ze haar kansen aan het afmeten was. We hoopten en vreesden tegelijkertijd dat ze achter die jonge giraffen aan zou gaan In de tussentijd hadden we nog twee andere leeuwen ontdekt, ze lagen veel verder van het pad af onder een boom. De giraffen waren intussen al een heel eind verder getrokken. De leeuwin stond op, liep wat verder weg het gras in en ging weer liggen. We zagen een kudde zebra's naderen, en zij zag het ook. Ook de andere twee verderop kwamen half overeind. Maar ook deze gelegenheid lieten ze aan zich voorbij gaan. Toen de zebra's uit het zicht waren, stond ze op en liep naar haar familie. Er werd geknuffeld en ze verdwenen in het hoge gras. Wij reden verder.

Bij de volgende waterholes stond alleen het gebruikelijke wild dat op de plains voorkomt, niets spectaculairs. Ook nu weer waren verschillende waterholes, die nog op onze kaart stonden, afgesloten. In de buurt van het Dolomite Camp veranderde het landschap. Het werd bergachtig, met, zoals de naam al aangaf, rotsachtig gesteente (dolomiet). We zagen de chalets tegen de helling aangebouwd liggen met uitzicht op een waterhole. De weg werd hier en daar nog slechter en er was geen dier meer te zien. We smachtten naar een kop koffie maar er was op dit hele stuk geen picknickplaats te bekennen. Wel veel borden die ons maar geboden in de auto te blijven zitten! Ook de op onze kaart aangegeven grote rondweg met daaraan veel waterholes was afgesloten.

Het was niet erg warm, slechts 22 graden toen we rond 12.00 uur bij de uitgang van Etosha stonden. We dronken onze koffie bij de gate en hielden spoedoverleg. Niemand had zin om al rond deze tijd op een camping waar verder niets te doen was, te gaan staan. Wat een geluk dat we nog niet zo lang geleden een van de twee nachten die we op die camping zouden doorbrengen (met het doel het zuidwestelijk deel van Etosha te gaan verkennen) naar Olifantsrus hadden omgeboekt. We belden naar de Vingerklip Lodge, waar we voor de volgende avond gereserveerd hadden. Die hadden gelukkig nog twee kamers vrij voor deze nacht. We besloten daarheen te rijden en dat was helemaal in Vivian's straatje want ze had genoeg van al die snurkende mensen om haar heen op campings. Vivian had een gratis nacht gekregen in Vingerklip en we hoopten maar dat dit ook zou gelden voor de extra nacht.

De weg tot Kamanjab was geasfalteerd en liep nog gedeeltelijk langs het park. In Kamanjab tankten we vol en namen vervolgens de gravelweg C35 richting Khorixas. Deze voerde door een mooi heuvelachtig Damara landschap. We stopten voor een boterham en gaven een paar jongemannen die met hun kapotte auto al vanaf de vroege morgen gestrand waren een fles water en oogdruppels (een van de mannen had last van zijn ogen). Verder konden wij hen ook niet helpen.

Tegen 15.00 uur reden we de poort van Vingerklip door. We waren hier al twee keer eerder, maar hadden nog nooit in de lodge zelf gelogeerd. Vingerklip ligt in de schitterende vallei van de Ugab Rivier en is omgeven door de terrassen van deze rivier. Vingerklip zelf is een zandstenen rots die 35 meter het vlakke landschap insteekt. De vorm van de rots is natuurlijk een vinger, zoals de Afrikaanse benaming aangeeft en is ontstaan doordat de omgeving van de Ugab vallei dat ooit een plateau was is uitgesleten in drie terrassen of lagen. De vinger is een overblijfsel van de bovenste laag..

We checkten in en liepen over de paadjes door de prachtig aangelegde tuinen naar onze kamers. Bij het waterhole onder in de tuin stonden kudu's en zebra's. We namen snel een douche om de zonsondergang boven op het plateau bij de bar/restaurant Eagle's Nest te kunnen meemaken. We moesten een heel eind naar boven lopen en tenslotte vlak langs de steile wand via een metalen trap naar de top klimmen. Daar hadden we een geweldig uitzicht over de hele omgeving. We namen een sundowner en bij een vuurtje genoten we van dat moment. Het waaide daarboven behoorlijk fris, en we waren dan ook blij niet daar gereserveerd te hebben voor het diner. Nog voor de duisternis inviel, daalden we af. Het buffet in de lodge was erg smakelijk, met onder andere heerlijke oryx sirloin roast.

Ook deze avond stond de grote oranje volle maan weer aan de hemel toen we terug naar onze kamer liepen.

Dag 16 Naar west Etosha, Olifantsrus restcamp

We werden midden in de nacht wakker van de buurman die op weg naar de wc vlak langs onze tent liep. Daarna was het moeilijk weer in slaap te komen en we waren dan ook vroeg uit de veren.

We ontbeten in het restaurant, betaalden de rekening en reden terug naar Okaukuejo. We sloegen gelijk af naar het waterhole Ombika. En tot onze grote verrassing zagen we een leeuwin van het waterhole weglopen, onze kant uit. De leeuwin stak fantastisch mooi af tegen de witte ondergrond in het vroege ochtendlicht. Ze had ook helemaal geen haast, keek af en toe onze kant op, zag een paar springbokken bij het waterhole, maar die hadden haar zo in de gaten en bliezen de aftocht. Boven op het talud kwamen een stel zebra's aanlopen. De leeuwin trok in een wijde boog om het watergat heen, we waren haar af en toe kwijt als ze verder naar beneden afzakte, maar konden aan de zebra's zien, waar ze zich bevond. Uiteindelijk liep ze de bush in, we probeerden haar nog even te volgen, maar gaven het spoedig op.

Op weg naar het westen reden we door eindeloze lege vlakten, zo nu en dan ineens weer een kudde springbokken, gemsbokken, zebra's, gnoes of struisvogels.

We waren nog nooit eerder bij het zogenaamde "sprookiesbos" geweest, het was er wel mooi met bomen en struiken, maar waarom het nu zo genoemd is, was ons een raadsel.

We dronken koffie op de picknickplaats aldaar, die er voor de verandering eens netjes uitzag. Tot aan de Charles Maraisdam was het weer leeg, we zagen zelfs geen drollen liggen! En ofschoon ook de dam geen water meer bevatte, begon daar het leven weer. Bij het manmade waterhole Ozonjuitji direct achter de dam wemelde het van gemsbokken, struisvogels, giraffen, springbokken, zebra's, gnoes, kudu's èn een grote arend. De kuddes liepen af en aan, het was een lust voor het oog.

Een paar van de op de oude kaart nog ingetekende waterholes waren verdwenen, bij de anderen stond weer veel wild. De weg was goed te berijden, maar door de grote leegtes tussen de waterholes in een beetje eentonig en lang. Net na 13.00 uur bereikten we Olifantsrus, een nog nieuwe camping in dit voor het publiek onlangs geopende westgedeelte van Etosha National Park. Hier hadden we een kampeerplek besproken. De campsites lagen in het rode zand, tussen piepkleine boompjes, die amper schaduw gaven. Het was gelukkig iets minder heet dan de dag ervoor, de temperatuur kwam niet hoger dan 29 graden en er stond een flinke bries. De ablution blocks waren nog nieuw en zagen er netjes uit. Er was goed heet water en er was stroom bij iedere plek. Er stonden al twee tenten, waarvan een met een CAM nummerbord. We maakten een praatje met de eigenaren ervan, ze kwamen uit Riviersonderend, niet ver van Villiersdorp. We maakten kamp en in de schaduw van de auto, met de luifel uitgespannen, was het goed uit te houden. We hadden de lunch overgeslagen en toen alles eenmaal een plaatsje had gekregen, begonnen we gelijk met het bereiden van het eten. Dat was niet moeilijk want vlees en groenten voor nasi goreng hadden we kant en klaar ingevroren. We hoefden in feite alleen maar rijst te koken en satésaus te maken. We lieten het ons goed smaken, in feite was dit het lekkerste eten sinds dagen!

Het werd al snel schemerig en we togen naar de hide, die vanuit de camping via een hoog aangelegde boardwalk te bereiken was. De hide keek uit op een goed gevuld waterhole. Het was prachtig aangelegd. Red hartebeest, zebra's, gnoes, springbokken en gemsbokken liepen net weg van het waterhole en zochten beschutting in de struiken voor de wind en de nacht. We hoopten dat de brown hyena zich weer zou laten zien, want volgens de mensen uit Riviersonderend was die de avond ervoor langs geweest. Maar er was helemaal niets te zien. Onze kampplek was vlak bij de omheining, de hide en het waterhole, dat in het donker aangelicht werd. In geval dat er iets bijzonders te zien zou zijn, zouden we er als de kippen bij kunnen zijn. We namen een borrel en we moesten voor het eerst in twee weken in de avond weer een vest aan! Wat later toen een volle oranje maan aan de sterrenhemel stond, namen we nog een kijkje in de hide, maar het waterhole lag er verlaten bij.

Dag 15 Door Etosha naar Etosha Safari Camp

Het was 07.00 uur toen we wegreden van Emanya Lodge, een prima plek ondanks de kleine hick-ups.

We reden eerst naar waterhole Klein Namutoni, daar was in tegen stelling tot de dag ervoor niets loos. Ook op de Dikdik drive zagen we behalve Damara Dikdiks, giraffen, zebra's en bokken niets bijzonders.

Het waaide hard en het grijze stof blies alle kanten op. Bij een tegenligger zag je minutenlang niets meer door de enorme stofwolken.

We reden verder, naar waterhole Chudop. Daar stonden elanden, giraffen en bokken. Daarna bezochten we Ngobib, een waterhole ver van het hoofdpad af. We kwamen door een mooi landschap dat elke kilometer veranderde. Bij het waterhole zelf kwam een black rhino aanlopen, die hadden we al lang niet meer gezien. Het dier kwam naar de rand van het watergat, maar verdween wee in de bush zonder een slok te drinken. We waren weer op de juiste tijd op de juiste plaats.

Bij Springbokfontein zagen we op de vlakte grote aantallen gnoes aan komen lopen, een grote familie struisvogel en veel zebra's. Ook liepen twee olifanten naar de pan. Het werd hoe langer hoe heter en stoffiger, en het was zo heiig door het stof, dat we besloten deze keer niet naar het uitzichtpunt op de pan zelf te gaan. Daar zou je zo ongeveer gezandstraald worden, dachten we. In plaats daarvan namen we het verschrikkelijke pad naar Restcamp Halali, waar we in de schaduw van een grote boom een boterham aten.

Bij Rietfontein stond zelfs groen gras, het werd dan ook druk bezocht door springbokken.

Daarna zagen we niets noemenswaardigs, pas in de buurt van Okaukuejo, bij het waterhole Nebrowni stonden 3 olifanten, bijna wit door het stof, struisvogels, giraffen en springbokken. We keken een poosje naar het gedrag van de olifanten en reden weer verder. Totdat Vivian plotsklaps iets onder een boompje meende te zien liggen. We reden achteruit en warempel, in de schaduw lag een mannetjesleeuw. Bij onze nadering keek hij heel even op, maar ging direct daarna weer verder met zijn middagslaapje. Iets verder stonden ook twee auto's, de ranger van de safari jeep nadere "onze leeuw" die beter zichtbaar was volgens hem, dan de andere twee waar zij naar hadden staan kijken. We wachtten een tijdje, maar in die hitte was het niet waarschijnlijk dat vadertje leeuw overeind zou komen. De andere twee leeuwen kregen wij niet gevonden.

Bij Okaukuejo tankten we de auto vol, kochten een ijsje, verstopten de kaas en andere "verboden" dingen. Bij waterhole Ombika, op weg naar de uitgang, stonden nog zebra's en bokken. We moesten weer over een smerige mat lopen en de koelkast werd gecontroleerd (in feite alleen op vers vlees).

We waren in een wip bij Etosha Safari Camp waar we een campsite hadden besproken. We schrokken in eerste instantie een beetje van de vele tenten die hier al stonden, tamelijk dicht op elkaar. We kregen echter een ruime plaats toegewezen, op gras, aan de rand van de camping, niet te ver van het ablution block en met een soort afwashuisje vlak in de buurt.

Toen de tent stond en wij in de schaduw genoten van een heerlijke Hendrick's G&T hadden we vrede met onze plek. We hadden bovendien diner en ontbijt gereserveerd, met extra korting omdat we Gondwana SADC member zijn. Dus geen gedoe met eten koken, heerlijk relaxt.

In de avond liepen we over verharde paadjes naar het open restaurant in "shebeen" stijl. Het zag er wel gezellig uit en er was live muziek. De muzikanten leken echter maar drie akkoorden te kunnen spelen. Dat ging gauw vervelen. Na het eten waren we dan ook zo verdwenen.

Dag 14 Etosha National Park

Vivian voelde zich vanmorgen al weer een stukje beter. Na het ontbijt gingen we op pad naar Etosha. Direct na binnenkomst zagen we 4 Dikdiks. Dikdiks zijn erg kleine antilopen, slechts 30 tot 49 cm hoog. Ze zijn zo genoemd vanwege het geluid dat ze maken als ze gealarmeerd zijn. Ze komen niet in Zuid Afrika voor.

Het was erg droog in het park, bij de Dikdik drive waren de struiken helemaal bestoven met wit stof, het zag er uit als de rijp op de takken op een Hollandse wintermorgen.

Het was een beetje bewolkt en het licht was niet goed voor foto's. Daarna reden we naar het waterhole Two Palms aan de rand van de Fisher Pan. Hier zagen we afgelopen november de cheetah met haar cubs die een springbok te pakken kreeg. We waren nog niet lang aan het rijden of we zagen enkele auto's stilstaan. Tegelijkertijd zagen we een cheetah weglopen, verder van het pad af. De cheetah had blijkbaar een kill gemaakt maar was net voordat wij daar arriveerden door jakhalzen verjaagd. Die waren nu aan de bok aan het trekken. We reden een eindje verder in de hoop haar daar te kunnen zien, maar helaas. We draaiden weer om terug naar de jakhalzen en de buit en na een poosje kreeg een ranger in een safari jeep de cheetah weer in het oog. We volgden haar een poosje totdat ze achter een termieten heuvel ging liggen, onzichtbaar vanaf het pad. Inmiddels waren de wolken grotendeels verdwenen en de koperen ploert deed weer haar best om alles door en door op te warmen.

We reden richting waterhole Kalkheuwel, daar stonden veel zebra's en black faced impala's. Onderweg er naar toe zagen we een honeybadger (honingdas), die ver van het pad af in het korte gele gras liep. Het zwart met zilver was goed zichtbaar op de wit/grijze bodem. Gelukkig kwam het diersteeds dichter naar het pad, maar het liep zo snel dat we het amper in de auto konden bijhouden.

Bij waterhole Okerfontein was niets te zien. We stootten wel op twee olifanten die aan de rand van het pad van een droog bosje stonden te eten. In de verte liepen nog 3 olifanten. Ook giraffen, gemsbokken, zebra's, struisvogels, gnoes, cori bustards en veel, heel veel bokken.

Toen we andermaal bij de afslag naar Kalkheuvel waren, wees een tegenligger met zijn hand dat we af moesten draaien. Het waterhole stond vol met olifanten, zebra's, eland, kudu's en bokken. Een prachtig gezicht, zoals je op de meeste foto's van Etosha ziet, maar wat wij, omdat we nog niet eerder in de droge periode in het park waren, nooit eerder gezien hadden.

Verder was er niet veel te zien, we besloten dat het genoeg was geweest, maar wilden op weg naar de uitgang nog even de Dikdik drive rijden. Daarbij kwamen we eerst langs het waterhole Klein Namutoni. Dat stond vol water en vol olifanten die genoten van een bad in het diepe water. Ze spetterden en trompetterden dat het een lieve lust was. Aan de rand ervan een zestal giraffen, een beetje afzijdig van het olifanten geweld. Want er stonden nog twee andere kuddes olifanten geduldig te wachten op hun beurt. Kudu's liepen af en aan, zo ook impala's en springbokken. Je zou het er de hele middag hebben uitgehouden als het niet zo warm was geweest.

Bij Emanya stond een boete op het nuttigen van eigen voedsel en drank. We hadden ons ook niet aangemeld voor een lunch. En het was te warm (weer ruim 34 graden) om een boterham te pakken op een picknickplaats. We namen daarom een klein hapje bij de Mokuti Lodge, direct aan de uitgang van Etosha. Een grootschalige lodge, die nu wordt gerund door O&L.

Terug bij Emanya zagen we dat onze kamer niet was gedaan, blijkbaar was er maar één sleutel (de andere hadden vorige gasten verloren) en die hadden wij mee. Jammer dat men dat niet gemeld had. Nu moest het arme meisje in de hitte van de dag nog aan de slag.

We zelf deden het rustig aan, alle apparatuur werd opgeladen, foto's werden ingeladen en het blog en Facebook werden bijgewerkt.