vivianvanriet.reismee.nl

Dag 14 Naar Alte Kalköfen Lodge

Al weer vroeg op, de Zwitser met zijn broodmager vrouwtje start dan ook net zijn auto, die gaan natuurlijk naar Sossusvlei. Volgens onze receptioniste is onze boeking op B&B basis maar daar weten wij niets van.Ook op onze papieren kunnen we dit niet terug vinden. We laten het maar zo en gaan lekker gemakkelijk in de lodge ontbijten. Natuurlijk schijnt de zon weer, we zien in de verte een paar luchtballonnen opstijgen met de happy few erin die er het geld voor hebben, of voor over hebben om een tochtje hoog boven de duinen te maken. De vogeltjes zijn druk in de weer, het is zonnig maar in de vroege ochtend is het hier nog behoorlijk koel.

Ondanks de koelte ontbijten we buiten op het terras van Sossusvlei Lodge. Heerlijk vers fruit met yoghurt, een omeletje en een kop koffie.

Dan gaan we op weg naar het zuiden, dwars door de prachtige Namibrand. We zien behalve gems- en springbokken ook een grote kudde zebra's. Borden waarschuwen ook voor giraffen, maar die zien we niet. Ter hoogte van de toegangsweg naar Wolwedans krijgen we een lekke band. Eenmaal opgepomt horen we de lucht uit twee gaatjes ontsnappen. Die zijn in een mum gepropt en dan gaat de reis weer verder.
Langs eindeloze geel-groene vlakten en daarin ontzettend mooi gevormde rotsheuvels, hier en daar groene boompjes of struikjes. Wij houden van dit deel van Namibia.

Rond Betta wordt het ineens steenachtig, dan weer de lieflijke heuvels. Op een zanderig stuk dirt road na, blijft de weg met veel stenen onprettig om te berijden. In Helmeringhausen houden we een pauze bij het enige hotel dat het gehucht rijk is. In de mooi verzorgde en schaduwrijke Biergarten! We nemen een klein hapje met een drankje. Ook hier loopt een (jong) huisbokje rond, knabbelend aan de bladeren van de planten.

We rijden weer verder, door een landschap wat nu veel weg heeft van de Grote Karoo in Zuid-Afrika. Vlak met afgeplatte heuvels, dor en een beetje troosteloos.

Vanaf Bethanien is de weg geasfalteerd, we zijn dan ook snel bij de B4 en vervolgens de afslag naar Alte Kalköfen Lodge. Zo genoemd naar de twee oude kalkovens die zich op het terrein bevinden (de Simplon en de Sandverhaar). Het lokale blauwe rotsgesteente bevat veel kalk, de stenen werden in vroegere tijden in de ovens verbrand om gebluste kalk te krijgen.

De Alte Kalköfen Lodge is gelegen in een open semi-woestijn gebied met heel wat inheemse plantensoorten. De ontvangstruimte, het restaurant en het hele buitengebeuren zijn ontzettend creatief en vindingrijk ingericht. De eigenaren Frikkie en Hilda zijn erg vriendelijk, we worden ontvangen met een koud drankje en vervolgens naar de kamers gebracht. Het is 35 graden en bloedheet in de zon, maar donkere wolken pakken zich samen aan de horizon. De kamers zijn ook grappig en in lichte kleuren ingericht, met een binnen- en buitendouche, een terrasje met zicht op een waterhole, waar volgens Frikkie de dieren tegen de avond komen drinken. Er is een soort ommuurde kas (met schaduwdak in plaats van een zonnedak) waar inheemse planten (voornamelijk Lithopsen) worden gekweekt.

De spoorlijn loopt vlak langs het terrein, maar daar zullen we wel niet veel last van hebben. De overblijfselen van een oude benzinepomp (Simplon Garage) zijn blijven staan en vormen een nostalgische terugblik naar de jaren van mijn jeugd. Al met al een prima plek. Het zwembad bevindt zich hoog boven de grond in een grote ronde betonnen bak, aan de buitenkant bekleed met rotsstenen. Het water is ijskoud, het verschil met de buitentemperatuur is te groot.

We relaxen wat en drinken tegen het eind van de middag een sundowner, daarbij wat toastjes met gerookte zalm. Springbokjes lopen af en aan naar het waterhole. We zien ze pronkend wegrennen, altijd een prachtig gezicht. Ook een paar struisvogels laten zich even zien. Tot een onweer is het tot nu toe niet gekomen, binnen in de kamer is het nu wel benauwd. De bijzondere koudwater-airco draait op volle toeren maar brengt vooralsnog weinig verkoeling.

We douchen en lopen naar het restaurant. De zon gaat prachtig rood onder als we aan tafel gaan op het overdekte terras. En het eten blijkt het beste te zijn van de hele reis! Als starter een soort quiche met biltong. Gevolgd door een grote kom gemengde sla en watermeloen met munt en feta. Het hoofdgerecht bestaat uit een stukje overheerlijke kip, een stukje gemsbok steak, gebakken aardappeltjes en gewokte groenten. Als toetje hebben we respectievelijk tipsy tart met ijs, appeltaart met ijs en frozen lemon meringue, alles in mooie kleine porties.

Onder de sterrenhemel lopen we daarna terug naar onze warme kamers. We zetten de airco vol aan en kijken nog een aflevering van Homeland. Als we gaan slapen, gaan de deuren en ramen tegen elkaar open en de airco uit. We zien vanuit het bed het licht van de Melkweg, de sterren zijn onbeschrijflijk helder. En dan komt eindelijk wat verkoeling.

Dag 13 Sossusvlei

Het is behoorlijk koel als we de volgende ochtend om half zes opstaan. Zelfs het water in het glas op het nachtkastje is tijdens de nacht koud geworden. We halen de ontbijtmand op bij de lodge en rijden het Namib Naukluft park in. Zodra we de eerste kilometers achter ons hebben, komt de zon op. We stoppen om de licht- en schaduwwerking op de scherpe kant van de duinen vast te leggen.

Sossusvlei, het beroemde hoogtepunt van Namibie?, ligt in het hart van de Namib woestijn. Het is een enorme kleipan, omgeven door gigantische zandduinen. Enkele van deze spectaculaire rode duinen zijn met meer dan 300 meter de hoogste ter wereld. Slechts na een hevige regenbui, een zeldzaam verschijnsel in dit gebied, vult de pan zich met water. Aangezien de kleilagen nauwelijks water doorlaten, ontstaat er dan voor korte tijd een turkooizen meer. De duinen van de Namib woestijn zijn gedurende vele miljoenen jaren gevormd. Geologen denken dat de enorme hoeveelheden zand afkomstig zijn van de Oranje Rivier en in de Atlantische Oceaan zijn gestort.

Bij de parkeerplaats voor gewone auto's gaat de bandenspanning omlaag. Het zand op de laatste 4-5 kilometer naar Sossusvlei is erg los, de sporen diep. We zien dan ook dat verschillende 4x4 vast zijn komen te zitten. De chauffeurs van de jeeps van NWR zijn er als de kippen bij, die hopen natuurlijk op een flinke fooi. Misschien moeten ze ook wel gewoon betaald worden, dat hebben we zelf gelukkig nog nooit ervaren. Onze Disco gaat er moeiteloos doorheen. We vinden een prachtig ontbijtplekje, de auto in de schaduw onder een boom, de picknickbank in het zonnetje. Het is ongeveer 22-23 graden, een heerlijke temperatuur. De mand bevat zoals altijd een grote hoeveelheid yoghurt en fruit, brood, vleeswaren, kaas en jam. Er is sap, melk, koffie en water voor thee. Met porseleinen borden, echte glaasjes, stoffen servetten en een tafelkleed. De wevertjes zijn ook weer present, we zien ze, heel slim, het water dat onder de auto uit de airco druppelt, opvangen! In de woestijn gaat zo geen kostbaar water verloren! De anders altijd aanwezige jackals lopen dit keer niet rond.

Daarna gaan we aan de klim beginnen, Vera besluit niet mee te gaan, die blijft achter en maakt in haar eentje een wandelingetje aan de voet van de duinen. Het is drukker dan afgelopen maart, toen waren we helemaal alleen op Big Mama. Nu zijn het voornamelijk Duitsers, maar ook spugende en rochelende Japanners of Chinezen! Het uitzicht blijft iedere keer weer overweldigend. We rusten even uit op de top en stuiven dan steil naar beneden.

We schuiven in de auto vervolgens naar de parkeerplaats voor Dead Vlei en ploeteren te voet weer door het zand naar de vlei. Vera gaat nu wel mee.Dead Vlei ligt in het hart van Sossusvlei. Op de witte vlakte staan dode bomen van 700 tot 900 jaar oud. De strakblauwe hemel, en de zwarte,dode bomen op de door de zon gebakken witte kleivlakte tegen de rode zandduinen leveren weer mooie plaatsjes op.

Nog voor de middag rijden we moe maar voldaan terug naar Desert Camp. We zien dat Taleni aan de andere kant bezig is met bouwen van nieuwe tentunits. De komen uit het zicht te staan van het huidige kamp en kijken uit op de andere kant van de woestijn. Dicht bij onze units sjouwt een eenzame gemsbok door de droge woestijn. Je zou hem zo een bak water willen geven! We bakken pannenkoekjes met appel en rozijnen, nemen een douche en brengen de middag relaxend door.

In de avond braaien we; saté, worstjes en allerlei lekkere salades van de lodge. Deze worden keurig met het hout bij de unit afgeleverd. Met de aangewakkerde wind zitten we recht in de rook als Ad de braai aansteekt. We slepen de picknicktafel van het deck af in het zand en drinken daar in de zon, in de wind onze sundowner.

De Zwitserse buurman vraagt of wij verstand hebben van slangen, we gaan kijken en daar zit onder tegen de stam van een boompje een kleine slang, die qua patroon op een pofadder lijkt, maar zeker weten we het niet. Ook pofadders zullen niet groot geboren worden!

Het eten smaakt weer goed met een enigszins gekoelde shiraz van Guardian Peak erbij. De twee V's zijn moe en trekken zich op tijd terug. We gaan nogmaals douchen om de rook van ons af te spoelen maar de lucht hangt natuurlijk toch in onze tent. We kijken een aflevering van Homeland op de laptop maar daarbij vallen ook bij ons de ogen regelmatig dicht. Woestijnlucht maakt je blijkbaar slaperig.

Dag 12 Naar de Namib Woestijn

Het is bewolkt als we wakker worden. We maken ontbijt, pakken de auto weer in en rijden rond half 8 uit Swakopmund weg. We gaan even Walvisbaai in, om te tanken en verse broodjes te halen. Het stinkt er vreselijk naar vismeel. De in deze plaats gevestigde visserij-industrie vormt een groot deel van het Bruto Nationaal Product van Namibie?. Duizenden flamingo's vertoeven in de nabijgelegen lagune. Dune 7, een van de hoogste kustduinen ligt er somber en verlaten bij zonder zon. Maar niet veel later, als we verder het binnenland inrijden, lost de bewolking als vanzelf op. De gravelweg is in uitstekende conditie en we schieten lekker op. De gele duinen maken plaats voor een eindeloze gele vlakte. Dan de stenige massa van de Kuiseb pas en later van de Gaub pas. We passeren weer de Tropic of Capricorn en zien heel toepasselijk springbokjes en gemsbokken grazen. Dan gaat het landschap geleidelijk over in de ons bekende en lieflijke geelgroene heuvels van de Namib. Hier en daar komt al het roodbruin van de duinen te voorschijn.

We houden een sanitaire stop bij Solitaire maar kopen geen appeltaart meer. Sinds Mouse afgelopen jaar gestorven is, is hun wereldberoemde appeltaart niet meer hetzelfde. We rijden het laatste stuk naar Sesriem en komen rond 13.15 uur aan in Taleni Desert Camp. We worden als oude bekenden begroet, het is dan misschien ook wel de 5e of de 6e keer dat we in een van de kampen van Taleni Sossusvlei logeren. We krijgen zelfs een fles sauvignon blanc in een ijskoeler aangeboden! Het Desert Camp ligt in het prive?reservaat Taleni en bestaat uit twintig tent units, die praktisch in de omgeving opgaan (roodbruin van kleur). De tenten zijn voorzien van een ventilator‚ en suite badkamer‚ veranda‚ keukentje en barbecue. Vanuit de unit hebben we adembenemende vergezichten over de duinen en graslanden. Het kamp heeft een bar en er is een zwembad.

We eten onze broodjes, gelukkig geven het schaduwdak en een boom opzij van de unit wat schaduw, want het is gewoon weer 30 graden. Binnen no time zijn we omringd door wel honderden wever vogeltjes die allemaal een kruimeltje van de broodjes willen meepikken. Het is een grappig gezicht om te zien hoe ze ons in een rijtje op de boomtak in de gaten houden. Ook op en onder de braai wemelt het van de vogeltjes.

Als de rijst voor de avond maaltijd gekookt is, willen we ter afkoeling een duik in het kleine zwembadje nemen. Het is een heel stuk ploeteren in de volle zon en dan zijn er ook nog eens niet genoeg ligbedden meer vrij. Alleen een harde houten bank en daar hebben we geen zin in. Vivian komt ons later waarschuwen dat er weer ligbedden beschikbaar zijn. We wandelen andermaal door de hitte naar de receptie. Er waait nu ook een heerlijk verkoelend windje.

Het uitzicht is net als bij de unit overweldigend mooi. Er hangt een hittewaas waardoor de bergen niet zo scherp afsteken tegen het gele gras. Wi-Fi doet het niet, zij zijn nog niet ingericht op Apple ios 8 en we zitten te ver van de mast om bereik te hebben op het eigen datakaartje. Alleen Viv heeft met haar Samsung verbinding.

Als het wat afgekoeld is, gaan we terug naar de tent voor een sundowner en de aansluitende maaltijd. Kip kerrie staat op het menu, en dat smaakt voortreffelijk. Als slaapmutsje nemen we nog een laatste glaasje wijn en dan duiken we onze heerlijk afgekoelde tentunit in.

Dag 11 Naar de koelte aan de kust in Swakopmund

Het is al vroeg heet, in feite is het niet veel afgekoeld in de nacht. Het ontbijt wordt boven op het deck van het restaurant geserveerd, het is daar nog wel uit te houden. We vertrekken tegen half 8 en nemen de D1261 door een geweldig mooi landschap. We laten de afslag naar Twyfelfontein rechts liggen. Niemand heeft zin in een wandeling van ruim een uur naar de rotstekeningen. Het is te warm en er zijn hier veel te veel lastige vliegen. We zien ook de passagiers van een bus, die even langs de weg een stop maakt, allemaal met de armen zwaaien om die lastige beestjes van zich af te slaan.

Wij houden hier en daar een fotostop. Het zuidelijk deel van Damaraland is een fascinerend gebied met rotsformaties, droge beddingen en blauwe luchten. Het landschap wordt getypeerd door veel rotsen en acaciabomen. In feite bevinden we ons in een woestijn hooglandgebied met rode rotsen en acaciabomen. Tussen de rotsen hier en daar kralen waar de locale bevolking leeft, hetzij Damara of Herero. De Damara is van oorsprong een Khoi Khoi-stam, waarschijnlijk afkomstig uit West Afrika. Hun taal is aan de Khoi-taal verwant, maar de huidskleur van de Damara is donkerder dan van de Nama of andere kleurlinggroepen. De Herero - afkomstig uit Zuid-Angola is een homogene zwarte stam. Hier en daar proberen Herero-vrouwen gekleed in kleurrijke, opvallende Victoriaanse jurken met grote hoeden, zelfgemaakte souveniertjes aan de man te brengen.

Op de hele rit komen we jammer genoeg geen enkele woestijnolifant tegen, ofschoon verkeersborden voor hun aanwezigheid waarschuwen. De woenstijnolifant is een gewone olifant, die zich heeft aangepast aan hele speciale leefomstandigheden. Olifanten houden van bomen met groen blad en (veel) water. Ze drinken gemiddeld 100 tot 200 liter per dag.

Normaal zorgen ze er daarom voor niet te ver van water verwijderd te zijn. In Damaraland is echter geen of nauwelijks water en is er geen of nauwelijks groenblad aan de bomen. De olifanten moeten hun voedsel daarom over lange afstanden bij elkaar zien te schrapen. De dieren leggen makkelijk 70 kilometer per dag af en zijn gewend geraakt aan een veel lagere waterbehoefte. Zij drinken dagelijks 25 tot 50 liter en kunnen zelfs een aantal dagen zonder water. Olifanten staan bekend om hun vermogen een hele boom te vellen als ze trek hebben in een stukje blad in de top van de boom. Kenners zeggen dat de olifanten in Damaraland dit gedrag niet vertonen en extra voorzichtig zijn!

Als we stoppen voor een kop koffie worden we al snel weer belaagd door vliegen, de pauze duurt daarom niet lang, en we drinken de koffie verder in de auto op.

Voorbij Uis gaat het landschap langzaam over in witte, boom- en struikloze vlakten. En het wordt niet alleen steeds witter naarmate we Hentiesbaai naderen, maar ook frisser, van ruim 30 graden terug naar 22! Ons plannetje om te picknicken op het strand valt dus in duigen, want behalve de temperatuurdaling hangt er ook nog zeemist. In Swakopmund halen we eerst wat boodschappen en gaan dan inchecken bij Cornerhouse voor ons appartement aan zee. Dat ziet er geweldig goed en modern ingericht uit; een garage, 3 slaapkamers, 2 mooie badkamers, een ruime leefruimte met keuken, zithoek en eetbar. Aan de voorkant een tuintje met tuinmeubilair en natuurlijk zicht op zee! We eten onze broodjes in het tuintje en we lopen even Swakopmund in.

Tegen de avond laten we ons de sundowner met zicht op de in zee zakkende zon goed smaken. Ook de eenvoudige spaghettischotel is erg lekker.

Dag 10 Naar Damaraland

Zonsopkomst is spectaculair te noemen. We zien vanuit ons bed de lucht langzaam aan steeds roder worden,we staan daarom snel op om een paar foto's te maken.

Om 7 uur zitten we aan het ontbijt en vertrekken dan richting Damaraland. In Outjo halen we broodjes en apfelstrudel bij de bakker en we nemen de afslag naar Vingerklip Lodge ongeveer halverwege Outjo en Khorixas. Vingerklip Rock is een rotsformatie in de mooie Ugab Vallei die 35 meter hoog boven de horizon uitsteekt. De jonge groene blaadjes van de mopane bosjes lichten mooi op in het zonlicht. Het is warm als we onze koffie drinken, pal onder de Vingerklip Rock. Daarna klimmen we naar boven en genieten van het prachtige uitzicht. Het is doodstil en in de verte loopt een giraf.

De weg van Khorixas naar de afslag is niet geasfalteerd, maar redelijk berijdbaar, vooral op het eerste stuk. We stoppen bij het Petrified Forest, het is 38 graden en we kunnen het versteende woud alleen bezoeken onder begeleiding van een gids. We hebben geen zin om een uur lang in de brandende zon rond te lopen en besluiten verder te rijden. Het landschap wordt steeds ruiger met minder boompjes en groen. De Doro Nawas Lodge heeft bijna eenzelfde kleur bruin als de omringende heuvels, geen fraai gebouw op het eerste gezicht. Daar omheen liggen de met stro gedekte tentsuites.

Binnen in de lodge is het wel erg mooi. We nemen een lunch op het overdekte terras en worden daarna naar de kamers gebracht. Groot en ruim met een binnen- en buitendouche, en een ruim terras waar je op dit moment vanwege de hitte niet wilt vertoeven.

Doro Nawas Camp ligt op een heuvel in het Doro Nawas Conservancy met eindeloze uitzichten op de Huab River Valley, over de Etendeka bergen in het noorden en de rode zandstenen kliffen van Twyfelfontein in het zuiden. In de omgeving liggen fascinerende geologische formaties zoals Twyfelfontein en er zijn San rotstekeningen te zien.

Het koelt heerlijk af in het zwembad en onder het schaduwdak is het ook wel uit te houden. We gaan niet mee op elephant drive, daarvoor is het veel te warm en de kans dat je daadwerkelijk woestijnolifanten te zien krijgt, is niet erg groot. Dan gaat het plotsklaps waaien, de wind blaast grote stofwolken over de vlakten maar gelukkig zitten wij bij het zwembad enigszins beschut. Maar met die hete wind wordt het nog warmer.

Terug in de tentsuite is het niet uit te houden. De zon staat pal op de grote schuifdeur, de fan draait rond maar brengt niet echt verlichting. We douchen en kleden ons luchtig aan voor de avond. Het lijkt alsof er geen ongedierte rondvliegt in dit gedeelte van het land, want de bedden hebben geen klamboes en kunnen bovendien naar buiten gerold worden om in de buitenlucht te slapen, zo men daar zin in heeft.

We drinken een glaasje bubbly op het stukje terras dat tegen het begin van de avond in de schaduw ligt en wachten daar de zonsondergang af.

Het eten wordt binnen geserveerd terwijl de wind is gaan liggen. Ook daar is het bloedheet, eigenlijk te warm om te eten. Op het stenige pad naar beneden terug naar de suites zien we aan de zijkant van het pad in het licht van de speciale zaklamp een schorpioen oplichten!

We rollen in de avond de bedden naar buiten en slapen onder de sterrenhemel van het Zuidelijk Halfrond. We zien geregeld satellieten voorbij schieten op hun baan om de aarde. Nooit geweten dat er zoveel van die satellieten zijn! Geen mug of eng beest te bekennen, we zien alleen maar af en toe een vleermuis fladderen.

Rond vier uur is het totaal windstil en dan worden we beiden wakker van een enkele mug. Die houdt het gelukkig snel voor gezien. We dommelen nog wat totdat het tijd is om op te staan. Wat een geweldige ervaring!

Dag 9 Door Etosha naar Anderson gate

Na het ontbijt met ei en bacon rijden we weer Etosha binnen. Het heeft geregend de afgelopen nacht en er liggen overal grote plassen water. Bovendien is het bewolkt.

We zetten gelijk koers naar het westen en slaan de waterholes die we gisteren al hebben bezocht over. We zien het gebruikelijke wild maar stoten al snel op een stilstaande auto. Het gaat om een grote troep leeuwen. Het is overigens vlakbij de plek waar gisteren de vermeende leeuwin gelegen moet hebben. We tellen 15 leeuwinnen, bijna of bijna geheel onttrokken aan het zicht door het hoge gele gras. Het is bovendien een heel eind van het pad verwijderd. Maar het is wel grappig al die kopjes net boven het gras uit te zien steken. Ze kijken allemaal één kant uit, en van die kant uit zien we een kudde zebra’s naderen. De grootste leeuwin ligt al klaar in aanvalshouding. Net op tijd ontdekken de zebra's het gevaar en zij blijven op veilige afstand. Er is niet veel beweging te krijgen in de troep, maar als de zon verder doorkomt, staat de grootste leeuwin op en loopt naar een paar boompjes, nog verder van ons vandaan. De anderen volgen haar voorbeeld, direct of pas veel later en daarmee is voor ons het schouwspel ten einde.

We zien verder ontzettend veel kori bustard, een grote kudde gemsbok, 2 olifanten en natuurlijk het gebruikelijke kleinwild. Een stuk verder, als we terugkomen van een waterhole waar niets te beleven valt, zien we een viertal rhino's. Ze hebben er flink de spurt in en zijn in no time uit het zicht verdwenen. Bij het uitzichtpunt dat een heel stuk de eigenlijke pan in ligt, houden we een koffiepauze. Er is verder niemand en tot nu zijn we maar een paar auto's tegen gekomen. Het is inmiddels helemaal zonnig, maar op de kale vlakte waait het behoorlijk fris. Op de “loop” vlak langs de pan is het mooi, bij een waterhole zien we het karkas van een olifant liggen, hij /zij zal gestorven zijn van ouderdom. Bij het water zelf staan zebra's en een jackal.

Dan komt ons een witte Toyota met een CAM registratie nummer tegemoet. Daarin Karin en Winfried met hun vrienden, die ook een rondje Namibië maken, maar in tegengestelde richting. We praten even en rijden dan weer verder.

De overige waterholes zijn niet echt spectaculair te noemen. Het wordt ook steeds warmer. Bij Okaukuejo Restcamp maken we een boterham die we bij de waterhole willen opeten. Maar het is daar veel te warm en behalve een paar bokjes niets te zien. We besluiten nog een rondje te rijden naar Okondeka waterhole op zo'n 20 km afstand van het restcamp. Volgens het sightingsbook bij de receptie heeft men daar vanochtend leeuwen gezien. Op deze eindeloze vlakten staan bokken en zebra's te grazen.

Er zal nog wel genoeg te halen vallen uit de schijnbaar dorre struikjes. Op de pan zelf zien we in de verte tot onze grote verbazing een drietal giraffen. Wat die hier nu te zoeken hebben? Okondeka, vlak langs de spierwitte zoutpan gelegen, ziet er al bij nadering schitterend uit.

Maar voordat we dichterbij rijden, speuren we eerst een bosje af. Ad meent daar een kat te zien liggen. Als blijkt dat dit niet zo is, rijden we aan, en zien dan slechts een paar meter verder, onder een boom, vlak langs het pad warempel twee leeuwen, een vrouwtje en een jong mannetje. Ze liggen heerlijk te soezen. We kijken een poosje en rijden dan naar het waterhole. Blauwe kranen, zebra's, gemsbok, gnoes, struisvogels, sommigen zelfs ver op de pan. We hebben genoeg gezien en rijden weer terug, verstoppen het vlees vanuit de koelkast ergens onder in de auto (sinds kort mag er geen vlees meer uit het park meegenomen worden) en rijden naar de Anderson Gate. De dame van de Veterinary Service staat er wel, maar de koelkast hoeft niet open ter inspectie. Gondwana Etosha Lodge ligt op een kleine 10 km afstand van de poort verwijderd. Het pad leidt omhoog naar de receptie met restaurant.

De kamers zijn ondergebracht in huisjes die als een slingerend lint op de helling liggen. Alles prima verzorgd. De kamers hebben een balkonnetje vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de mopane bosjes en Etosha in de verte.

We drinken een ijskoude G&T uit eigen voorraad op ons balkonnetje. Tegen half zeven lopen we omhoog over de betonnen paadjes naar het restaurant. We zitten in de prettige loungebanken en zien de zon ondergaan. Dan begint het enorm te waaien, precies zoals de receptioniste al eerder had aangekondigd. Noodgedwongen nemen we daarom al plaats aan tafel, buiten op het overdekte terras maar beter beschut tegen de wind.

Het eten in buffetvorm is erg lekker, een heel saladebuffet, springbokroast, kip en game kebab. Daarbij ook nog verschillende warme groenten, rijst en polenta. Het toetje is wat zoet. De hele avond flitst het in de verte maar tot echt onweer komt het niet. Dan lopen we weer naar beneden en gaan niet lang daarna slapen.

Dag 8 Etosha National Park

Het is nog niet helemaal licht als we de volgende ochtend het piepkleine stukje naar het restaurant lopen voor ons ontbijt. Daarna zetten we koers richting Von Lindequist Gate die pal bij de uitgang van het Onguma reservaat ligt.

In het Onguma reservaat zelf zien we al zebra's en een paar kori bustards (kori trap in het Nederlands, de zwaarste vliegende vogel, ca. 11-19 kg).

Het Etosha Nationaal Park heeft een oppervlakte van 22.700 km2. Een kwart daarvan bestaat uit zoutmeren (pans) waarvan de Etosha pan alleen al 4.590 km2 groot is. Het Etosha National Park is e?e?n van de grootste beschermde savanne gebieden in Afrika en staat bekend als e?e?n van ‘s werelds mooiste wildreservaten. Het gebied werd al in 1907 beschermd door de Duitse gouverneur Friedrich von Lindequist, nadat het leger bij Waterberg de 'strijd' tegen de Herero hadden gewonnen, door 40.000 mannen, vrouwen en kinderen uit te moorden. Namibie? heette toen nog Zuid-West Afrika.

De naam Etosha betekent "Grote Witte Vlakte van Droog Water". Deze naam slaat op de enorme vlakte (4731 km2) die alleen na hevige regenval tijdelijk onder water staat. In dat geval, en dat doet zich voor ergens gedurende de periode van december tot februari, is het doorgaans (kurk) droge Etosha een weelderige groene vlakte waar tijdelijk veel wilde bloemen groeien.

Het lijkt alsof de receptie van Etosha nog niet open is, we rijden daarom eerst de “dik-dik loop” die voorbij een waterhole loopt. Daar zien we een spotted hyena en als we later verder rijden een hyena pup verscholen achter een bosje. De dik-dik drive had beter giraffenbosje genoemd kunnen worden, er staan namelijk ontelbaar veel giraffen te snoepen van de malse groene blaadjes.

Op het rondje zien we zebra's, springbokken, impala's, een steenbokje, struisvogels en een martial eagle. Er staan giraffen te drinken als we weer bij het waterhole terug zijn.

Langs de pan rijden we dan een stukje westwaarts. Weer giraffen, zebra's, black wildebeest, bokken, blue wildebeest, warthogs, struisvogels, een eenzame oude olifant, een jackal en zelfs blauwe kraanvogels. We drinken koffie op een afschuwelijke picknickplaats, rommelig, smerig en onderkomen. Op de terugweg zien we een paar auto's stilstaan. Bij wat naar zeggen een bijna onzichtbare leeuwin moet zijn. Wij krijgen het beest in elk geval niet gevonden. Nemen daarom een kijkje bij Kalkheuwel waterhole. Daar is het een drukte van jewelste; tientallen zebra's, een hele kudde giraffen, kudu's, en een gemsbok.

We nemen vervolgens de Fisher Pan loop. In eerste instantie is er niet veel te zien, op een paar gnoes en giraffen na. Dichtbij waterhole “Two Palms” zien we plotseling een cheetah cub op een tak van een lage boom, en een moeder cheetah onder de boom. Bij onze nadering verdwijnen ze verder van het pad af. Maar we kunnen het drietal volgen (er is nog een cub) en zien hoe de moeder zich focust op een kudde springbokken. We zien haar dichter naar de kudde sluipen, de kleintjes veilig op afstand in de beschutting van een struik. In de tussentijd hebben zich twee auto's, die aan de waterhole stonden, ook bij ons gevoegd. Plotseling gaat de cheetah tot de aanval over en de jacht begint, wij kunnen alles uit eerste hand volgen.

De bok en de cheetah komen razendsnel onze kant uit en de bok botst in blinde vaart tegen een in zijn pad geparkeerde auto. De cheetah spurt nog even door aan de andere kant van het pad en komt dan aarzelend terug om de bok, die versuft bij de auto ligt, op te halen en te verslepen onder een boompje vlak langs het pad.

Nadat ze het beest gewurgd heeft, roept ze de cubs erbij. Die ruiken en likken even terwijl de moeder naar een boompje loopt, dat wat verder van het pad af ligt, en ook meer schaduw geeft. Ze gaat daar liggen om bij te komen van de inspanning en de roept de cubs. Dat uitrusten duurt lang. De auto waartegen de bok tot stilstand kwam, is zwaar beschadigd. De hele deur is ingedeukt, wat zal de vrouw, die aan die kant zit, geschrokken zijn. Wij wachten al die tijd geduldig in de hete zon. Het is ruim 30 graden en benauwd, maar een windje dat dwars door de auto waait brengt gelukkig wat verkoeling. Intussen komen er steeds meer wolken opzetten. Bij de waterhole lopen giraffen af en aan, ze drinken een slokje en verdwijnen weer in de groene struiken.

Na meer dan een uur staat de cheetah op en sluipt voorzichtig naar de buit, de welpen volgen haar op haar hielen.

Ze sleept de dode bok naar de boom waar ze vandaan kwam, de cubs doen alsof ze haar daar een handje bij helpen, een heel grappig gezicht. Wij verplaatsen de auto en hebben nu meer zicht op de "eetkamer". De moeder begint het vel open te scheuren, de peuters klimmen in de boom, springen er weer uit en hebben totaal nog geen belangstelling voor het voedsel, totdat het vlees open ligt. Dan beginnen ze te eten terwijl de moeder plaats maakt voor de kleintjes. Wij verlaten het toneel, we hebben genoeg gezien.

Maar langs de hele Fisher Pan is er verder weinig activiteit, de pan en een waterhole staan dan ook volledig droog. Bij Namutoni eten we in de schaduw een hapje aardappelsalade met een koude kippenpoot, daarbij een glaasje wijn. En rijden vervolgens terug naar ons bush camp. Daar maken we in de koelte van Vivian's luxe suite een kopje heerlijke Nespresso en doen vervolgens ieder waar hij / zij zin in heeft. Vera verhuist ook naar een luxe suite, haar airco deed het gisteren niet en doet het nog steeds niet.

Tegen zessen nemen we op het deck een koude G&T, de wolken zien er dreigend uit, het is ook erg benauwd. Maar tot een echt onweer komt het niet, wel wat lichtflitsen en een paar druppels regen.

Als we aan tafel zitten, komen er giraffen op het water afstappen. Een schitterend gezicht tegen de rode nachtelijke hemel. Het eten smaakt niet zo geweldig deze avond, op het toetje na. Vreemd dat dit ook bij Bagatelle op de tweede avond zo was. Via Radio 1 hoort Vivian dat Oranje uiteindelijk toch aan het winnen is tegen Letland. Het mag ook wel eens. Na nog een klein slaapmutsje uit eigen voorraad gaan we naar bed.

Dag 7 Naar Etosha National Park

Camp Elephant doet de naam eer aan; bij het wegrijden bevinden zich twee grote olifanten direct bij de poort. Even lijkt het zelfs of een van hen naar binnen wil stappen. Hij bedenkt zich echter op het laatste moment. Een stukje verder zien we nog twee wat kleinere exemplaren. Een leuk afscheid van Erindi! Op weg naar de Kalkfeld Gate zien we veel bokken, en twee kuddes giraffen, waarvan er een bestaat uit moeder, een kind en nog een kleuter. Ze staan niet ver van het pad af en zijn helemaal niet schichtig. De kleinste is erg nieuwsgierig en komt zelfs nog een stukje dichterbij.

Van de Kalkfeld Gate naar Kalkfeld zelf zijn het dan nog eens 50 km, eerst over een goede gravelweg, later moet Ad steeds weer gas terug nemen. Het landschap is afwisselend en mooi. Kalkfeld zelf is een troosteloos plaatsje en bestaat uit niet meer dan een paar huizen, hier gaan we weer de geasfalteerde weg op naar Otjiwarongo. Een saaie weg. In Otjiwarongo tanken we, willen we Kaffee met Kuchen gaan nemen bij de Bäckerei, maar die blijkt momenteel te worden verbouwd. Dan maar koffie met gevulde speculaas op een parkeerplaats langs de weg.

Ook de rit van Otjiwarongo tot enkele kilometers voor Tsumeb is saai, pas daar wordt het landschap weer aantrekkelijk. Het is ruim 35 graden maar hoe noordelijker we komen, hoe meer bewolking er is. Het ziet er zelfs wat dreigend uit. Gelukkig klaart het richting Etosha weer wat op.

Rond twee uur staan we bij de poort van Onguma Private Nature Reserve grenzend aan het oosten van het Etosha National Park. In dit particuliere wildreservaat liggen diverse Onguma Safari Camps, en Onguma betekent ‘de plaats waar je nooit meer weg wilt'. Dit zullen we zelf nog moeten ervaren. Onguma Bush Camp is onlangs geheel gerenoveerd en heeft een prachtige ligging, vanaf het terras is er een schitterend uitzicht op de waterhole direct voor het restaurant.

Onguma Bush Camp ligt er mooi hij, met mooie oude flame trees die momenteel nog volop in bloei staan en een paar grote makalali palmen. Ook voor de twee rondaveltjes waar Vera en wij onze intrek nemen, hebben we schaduw van deze kleurige reuzen. Vivian heeft, als travel agent, een luxe waterhole view room. Daar geen bomen, het is dus eerlijk verdeeld. Kudu's staan bij het waterhole te drinken.

We nemen een broodje van de Pick 'n Pay uit Otjiwarongo en een glaasje koele wijn op ons terrasje en gaan dan even bij het zwembad relaxen. Er waait een zwoele wind, niet echt verkoelend, maar wel lekker, want het is nog steeds erg warm. We gaan geen rondje meer rijden in Etosha, dat komt morgen wel.

Voordat we in de vroege avond een G&T kunnen nemen op ons eigen terrasje, moeten we eerst een man wegjagen, die daar doodgemoedereerd een sigaret zit te roken (een Duitser, hoe kan het anders) en aanvankelijk niet weg wil gaan. Volgens zeggen heeft hij geen terras bij zijn kamer, maar dat is niet ons probleem. Uiteindelijk kiest hij eieren voor zijn geld en verdwijnt.

Het ziet er gezellig uit in het open restaurant, de mooiste tafeltjes zijn al “gereserveerd”, hoewel er nog geen mens zit. Maar wat maakt het uit, als het helemaal donker is hebben zij ook geen zicht meer want de waterhole is slechts spaarzaam aangelicht.

Eten is prima, mooie kleine porties. Vera en Ad willen als afsluiting een cognacje, en dat geeft ons een reden om nog even in de lounge na te genieten van de mooie avond. Weinig insecten hier en dat is wel heel erg prettig. Daarna is het bedtijd want het is morgen weer vroeg op.